In 1966 is een belangrijk moment in de Nederlandse politieke geschiedenis. Het kabinet Cals, onder leiding van premier Jo Cals, kwam dat jaar ten val. Deze gebeurtenis had grote gevolgen voor het politieke landschap in Nederland en wordt vaak herinnerd als een keerpunt in de naoorlogse politiek.
De aanleiding voor de val van het kabinet Cals was een politieke crisis rondom de begroting van het ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne. Het kabinet had een ambitieus beleid op het gebied van sociale zekerheid en wilde extra middelen toewijzen aan gezondheidszorg en milieubescherming. Echter, de begroting stuitte op veel weerstand binnen de coalitiepartijen.
De kwestie die uiteindelijk tot de val van het kabinet leidde, draaide om de invoering van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW). Deze wet had tot doel een uniforme kinderbijslagregeling in te voeren voor alle Nederlandse gezinnen. Hoewel dit op het eerste gezicht positief klinkt, was er veel verzet binnen de regeringspartijen.
De Katholieke Volkspartij (KVP) had ernstige bezwaren tegen de plannen van het kabinet. De partij vreesde dat de invoering van de AKW zou leiden tot een tweedeling in de samenleving en dat de kosten te hoog zouden worden. Bovendien waren er spanningen binnen de KVP zelf, met verschillende facties die tegenover elkaar stonden.
De discussie over de AKW zorgde voor een breuk binnen de coalitie en verdeelde de partijen. Uiteindelijk besloot de KVP om niet langer steun te verlenen aan het kabinet Cals. Hierdoor verloor het kabinet zijn meerderheid in de Tweede Kamer.
De val van het kabinet Cals had een grote impact op de Nederlandse politiek. De regeringscrisis leidde tot nieuwe verkiezingen in 1967, waarbij de KVP aanzienlijke winst boekte. Uiteindelijk zou er een nieuwe coalitie worden gevormd onder leiding van premier Piet de Jong.
Het moment markeerde echter ook een belangrijke verandering binnen de politiek in Nederland. Het kabinet Cals was het laatste kabinet voor de Tweede Wereldoorlog waarin de sociaaldemocratische Partij van de Arbeid (PvdA) deel uitmaakte van de regering. Na de val van het kabinet Cals zou de PvdA pas weer in 1989 deelnemen aan een regeringscoalitie.
Al met al was de val van het kabinet Cals in 1966 het resultaat van een politieke crisis rondom de begroting van het ministerie van Volksgezondheid en Milieuhygiëne, en in het bijzonder de invoering van de Algemene Kinderbijslagwet. Deze gebeurtenis veranderde de politieke koers van Nederland en had verstrekkende gevolgen voor de Nederlandse politiek in de daaropvolgende decennia.