Op 15 september 1926 richtte pedagoog Kees Boeke de school Werkplaats Kindergemeenschap op in Bilthoven. Met deze oprichting wilde Boeke een plek creëren waar kinderen op een andere manier onderwijs konden volgen.
De Werkplaats Kindergemeenschap was gebaseerd op de principes van de Nederlandse pedagoog Jan Ligthart. Boeke was sterk beïnvloed door Ligtharts ideeën over onderwijs en wilde deze in de praktijk brengen. Het onderwijs op de Werkplaats draaide niet alleen om kennisoverdracht, maar ook om de persoonlijke en sociale ontwikkeling van de kinderen.
Een van de kenmerken van de Werkplaats was dat kinderen van verschillende leeftijden samen in één klas zaten. Dit zogenaamde ‘stamgroepenonderwijs’ had als doel om kinderen van elkaar te laten leren en zorgde voor een natuurlijke interactie tussen verschillende leeftijdsgroepen. Door samen te werken en van elkaar te leren, werden kinderen gestimuleerd in hun ontwikkeling.
Daarnaast had de Werkplaats ook geen traditionele vakken zoals rekenen, taal en geschiedenis. In plaats daarvan werd er gewerkt met thema’s waarin alle vakken geïntegreerd waren. Zo leerden kinderen op een praktische manier en konden ze de geleerde kennis direct toepassen in de praktijk.
Naast het vernieuwende onderwijsconcept, hadden kinderen op de Werkplaats ook inspraak in de besluitvorming. Er werd gewerkt met een democratisch model waarin kinderen medeverantwoordelijk waren voor het reilen en zeilen van de school. Op deze manier werden kinderen gestimuleerd om zelfstandig te denken en verantwoordelijkheid te nemen.
De Werkplaats Kindergemeenschap was een vernieuwend initiatief in het Nederlandse onderwijslandschap. Het bood kinderen de mogelijkheid om op een andere manier te leren en zich te ontwikkelen. Het idee van samen leren en de nadruk op persoonlijke groei spraken veel ouders aan en de school groeide uit tot een succesvolle onderwijsinstelling.
Tot op de dag van vandaag heeft de Werkplaats Kindergemeenschap een belangrijke rol gespeeld in het vernieuwen en verbeteren van het onderwijs. Het heeft laten zien dat er ook andere manieren zijn om kinderen te onderwijzen en hun talenten te ontwikkelen. Het is een inspirerend voorbeeld geworden voor pedagogen en onderwijsinstellingen, zowel in Nederland als wereldwijd.